Na de paarse en rode bougainville in een scherpe bocht van de weg vraag ik waar ik brood kan kopen. Monsieur neemt me mee naar een terras, begroet een oude vrouw aan een tafeltje met een volle asbak en lege koffiekopjes. Haar heldere ogen nemen mij nieuwsgierig op, haar donkere haren strak in een knot naar achteren getrokken, sierraden om pols en handen en grote, zilveren oorringen. Een vonk die overspringt. Mijn gids omhelst enkele oude mannen op een barkruk, hijst zich moeizaam omhoog en wijst mij een verstopte toonbank; mijn Corsicaanse bakker voor tien dagen is gevonden.
Elke ochtend daal ik de steile helling af, loop voorbij de kerk en de bougainville en zie de vrouw. De eerste dagen een groet en licht haar gezicht op, later in de week schud ik haar hand voordat ik mijn bagette koop. Op mijn laatste dag in dit dorp, maar dat weet ze nog niet, zie ik voorbij de bougainville dat ze op mijn komst uit is, het lijkt wel of haar ogen mij van de helling pikken.
Ik sta stil bij haar tafeltje, steek mijn hand uit en neem echt tijd: ik zie een vrouw van in de tachtig, mager en elegant, groen fluwelen enkelsandalen, gekleed in een witte broek met een glanzend satijnen witte bloes. De smalle lippen felroze ingetekend, gegroefd gezicht, donkere randen om de ogen. In mijn onbeholpen Frans ontstaat een ontmoeten. Haar blik is intens, haar stem als fluweel, haar aandacht gericht op mij. Heeft ze kinderen? Ja, een fille en een petite fille. En ik? Over en weer, beperkt in taal maar met een onbeperkte onderstroom.
Wanneer haar vriendin vertrekt ga ik naast haar zitten. Stilte. ‘Ma fille est mort’, tuimelt ze mijn hart in. Woorden die de ruimte tussen ons vullen. Mijn hand volgt de weg van mijn hart naar haar pols. Intiem, een diep verstopte snik: ‘C’est la vie’… Stil, samen, hand op hand, in de ogen die op mij gericht zijn zie ik weerschijn van verdriet.
Onze wegen lopen anders; zij het dorp in, ik de steile helling op, maar het lijntje is er en weeft zich in een embrasse. Een smal, sterk mens tegen een stevig warm ander mens. Tranen prikken. De volgende dag rijd ik naar het zuiden, haar plekje is leeg, mijn hart is vol.