Hoewel mijn moeder geen keukenprinses was, wilde ze tijdens feestdagen toch een speciale maaltijd op tafel zetten. In de loop van de jaren ontwikkelde ze een diner waar wij, haar vijf kinderen en mijn vader, onze vingers bij aflikten. Het beproefde recept werd vermicellisoep met ballen, huzarensalade, een halve kip per persoon, verse appelmoes en gekookte aardappelen.
Deze culinaire verwennerij was voor ons vanzelfsprekend, tot de tijd aanbrak dat ook onze verkeringen aanschoven. De vriendinnen van mijn broers wisten soep en salade zeker te waarderen. Maar met grote ogen werden de halve kippen bekeken die ze ieder op hun bord kregen. Vertwijfelde blikken bij deze hoeveelheid vlees en menig pootje werd doorgeschoven naar een van mijn broers.
Na al deze kookhoogtepunten kwam het toetje op tafel en dat werd standaard een Vienetta ijstaart. Als ze zelf smulde van dat vanille-ijs met knapperige chocoladelaagjes zei ze steevast met een schalks lachje: ‘Warm aanbevolen’. Nog steeds is dat een gevleugelde uitspraak als er ijs op tafel komt tijdens familiegelegenheden.