een van je helden / woning / flaptekst voor een boek

Julia Oldenheuvel is het zat. Haar huis is een pakhuis geworden. Het ziet er gezellig uit maar er staan veel spullen. Ze weet nog hoe mooi en leeg de keuken was toen ze daar kwamen wonen. Lichtgele deurtjes staken mooi af tegen het hardstenen, bruine en glimmende keukenblad wat toen nog zichtbaar was. Een warme houten vloer, die voorzichtig beschermd werd met washandjes om de stoelpoten als er een verjaardag was, is nauwelijks te zien. Het staat vol. Ze hadden eerst een eettafel waar aan gegeten kon worden. Waar is de tijd gebleven? Door de kussens zie je de bank niet meer. Er staan  mooie spulletjes achter het glas om te bekijken alsof je in een museum loopt. Zoals haar huis eruitziet zo is het binnen in haar hoofd ook. Gaat het haar lukken om op te ruimen? Waar gaan de spullen naar toe? En krijgt ze weer rust in haar huis en hoofd? Er zal heel wat moeten gebeuren…